Toelatingseisen viool - bachelor
Repertoire toelatingsexamen:
1) Toonladders (alléén voorselectie):
- één majeur- OF mineurtoonladder over 3 of 4 octaven (1 octaaf per streek)
- drieklanken over 3 octaven (9 noten per streek)
- dubbelgrepen (tertsen, sexten en octaven) over tenminste één octaaf (2 of 4 per streek)
2) Eén etude of caprice naar keuze (bijv. Kreutzer vanaf nr. 20, Rode op. 22, Dont op. 35, Campagnoli op. 12 of een etude van vergelijkbaar of hoger niveau)
3) Eén deel van een partita of sonate van Bach voor viool solo
4) Eerste deel met cadens van een vioolconcert van Mozart of Haydn OF het eerste van een klassieke of laat-klassieke sonate (bijv. Haydn, Mozart, Beethoven, Weber, Schubert)
5) Eerste deel met cadens van een vioolconcert (bijv. Mendelssohn e-klein, Bruch g-klein, Kabalevski, Wieniawski d-klein, Barber, Vieuxtemps a-klein of een concert van vergelijkbaar of hoger niveau) OF een virtuoos voordrachtstuk (bijv. Sarasate – Introduction & Tarantella, Wienawski - Polonaise de Concert in D / Scherzo Tarantelle, Bartók - Roemeense Dansen, De Falla - Spaanse dans of een werk van vergelijkbaar of hoger niveau)
- Je programma voor het toelatingsexamen moet tenminste één vioolconcert bevatten
- Het is verplicht om tenminste één vioolconcert uit het hoofd te spelen
- Meer repertoire uit het hoofd wordt gewaardeerd (duo sonate met piano of ander instrument uitgezonderd)
- Eventuele herhalingen graag weglaten
Voorselectie (video-opname)
Maak een video-opname van minimaal 15 en maximaal 20 minuten bestaande uit 1) Toonladders (in zijn geheel) en delen of fragmenten uit elk van de vier andere categorieën van de bovengenoemde repertoirelijst.
Live toelatingsexamen
Alle bovengenoemde stukken/delen moeten in zijn geheel worden voorbereid, behalve 1) Toonladders (alléén voorselectie). De jury maakt een keuze tijdens het live toelatingsexamen.
Graag een programma meenemen, evenals de partituren van de stukken die niet tot het mainstream vioolrepertoire behoren.