Toelatingseisen

Om toegelaten te worden tot de Bacheloropleiding Docent Muziek moet een aantal tests met goed gevolg worden afgelegd. Hieronder vind je meer informatie over de toelatingsprocedure.

-Studiegeschiktheid:
muziektheoretische en muziekpraktische vaardigheden
-Beroepsgeschiktheid:
motivatie, affiniteit met onderwijs en eventuele voorgeschiedenis / ervaring

Het toelatingsexamen, dat plaatsvindt op Codarts, bestaat uit drie onderdelen:

1. Een muziektheoretisch deel

Tijdens dit onderdeel worden je muzikale gehoor en muziektheoretische kennis en vaardigheden getest.
We onderzoeken je kennis en vaardigheden op het gebied van:

  • Noten in G- en F-sleutel
  • Toonsoorten en voortekens (kwintencirkel)
  • Toonladders (majeur en oorspronkelijk, harmonisch en melodisch mineur)
  • Intervallen, tot het octaaf
  • Drieklanken (majeur, mineur, verminderd, overmatig)
  • Septiemakkoorden (dominant 7, majeur 7, mineur 7, half verminderd en verminderd septiem)
  • Ritmes en maatsoorten (2/2, 3/4, 4/4 en 6/8)

Onder vaardigheden verstaan we:
Zingen:
bijvoorbeeld een genoteerde melodie of ritme zingen / tikken, zonder dat dit eerst wordt voorgespeeld.
Schrijven: bijvoorbeeld een toonladder of akkoord kunnen noteren.
Lezen: bijvoorbeeld het van papier kunnen herkennen van een toonladder of akkoord.

Wat betreft algemene muzikale intuïtie en gehoor testen we bijvoorbeeld in hoeverre je in staat bent om:

  • Verschillende tonen in een samenklank te kunnen horen en nazingen
  • Een muzikale zin op een logische manier af te maken of hierop een variatie te bedenken
  • Een voorgespeeld fragment na te zingen. Dit kan een melodie zijn, een baslijn of bijv. de altpartij van een driestemmige zetting
  • De grondtoon van een akkoord te kunnen horen en zingen
  • Op gehoor een eenvoudig akkoordenschema bij een melodie te bedenken
  • De ontwikkeling van je muzikaal gehoor weegt voor de commissie het zwaarst. Op het gebied van kennis is het
  • belangrijkste criterium dat je in staat moet zijn de lessen van het eerste jaar te volgen.
  • Als je ervaring hebt met componeren en/of arrangeren van (genoteerde) muziek, dan wordt het zeer op prijs gesteld als je wat van je eigen werk meebrengt.

2. Een muziekpraktisch deel

In het muziekpraktische deel worden je vaardigheden onderzocht op de volgende gebieden:
Primair instrument
De commissie gaat ervan uit dat je één instrument als primair instrument kiest. Dit is in het algemeen het instrument waarop je al geruime tijd les hebt gehad en waarop je muzikaliteit het best tot zijn recht komt.
De muziekstukken die je kiest voor je toelatingsexamen moeten een goed beeld geven van wat jij kunt op je instrument(en). Kies dus stukken uit in stijlen die bij je passen, waarin jij je muzikaliteit kwijt kunt. Als je zelf ook muziek componeert en/of arrangeert, laat daar dan ook iets van horen.
Als je meerdere instrumenten bespeelt, zal de commissie je vragen om deze tijdens het praktische deel ook te laten horen. Op deze manier wil de commissie je niveau op deze instrumenten bepalen. De vaardigheden op het primair instrument wegen echter het zwaarst mee in de beoordeling. Download hieronder toelatingseisen per instrument (PDF).  Als een bepaald instrument niet in het overzicht staat, kun je de eisen opzoeken op de site van een van onze andere opleidingen (Klassieke Muziek, Jazz Pop, of Wereldmuziek). Bij vragen kun je contact opnemen met docentmuziek@codarts.nl.
Zang (alle kandidaten)
Voor een toekomstig docent zijn zangkwaliteiten en de mogelijkheden om deze te ontwikkelen belangrijk. Daarom bereid je, als zang niet je primair instrument is, drie stukken naar keuze voor die je, al dan niet met begeleiding, kunt zingen. (bijvoorbeeld popsong, musicalsong, lied uit het klassieke repertoire, jazz standard, koorstuk, etc).

3. Gesprek commissie

Motiveer je keuze voor de opleiding Docent Muziek, je visie op (muziek)onderwijs, muzikale interesses etc. Een vragenlijst wordt voorafgaand aan de auditie toegezonden.