docent muziek - toelatingseisen

Voor toelating tot het Rotterdams Conservatorium moet je in het bezit zijn van een diploma HAVO, VWO en MBO bve-niveau 4 of een (buitenlands) getuigschrift van gelijkwaardig niveau, waarbij het vakkenpakket of het profiel van ondergeschikt belang is. In bijzondere gevallen kan van bovenstaande diploma-eisen worden afgeweken. De aankomende student krijgt dan de mogelijkheid van een test bij een instituut voor beroepskeuze, de AOB-test, waaruit voldoende algemene ontwikkeling blijkt om de studie te kunnen volgen. De kosten van deze test komen voor rekening van de (aankomende) student. Daarnaast moet met goed gevolg een specifiek toelatingsexamen worden afgelegd.

Om toegelaten te worden tot de Bacheloropleiding Docent Muziek moet een aantal tests met goed gevolg worden afgelegd. Meer informatie hierover vind je onder aanmelding en audities.


Om toegelaten te worden tot de Bacheloropleiding Docent Muziek moeten een aantal tests met goed gevolg worden afgelegd. Meer informatie hierover vind je in het menu 'aanmelden'.

Toelatingsonderzoek
Bij het toelatingsonderzoek van de Bacheloropleiding Docent Muziek wordt getoetst op de studiegeschiktheid (muziektheoretische en muziekpraktische vaardigheden) en de beroepsgeschiktheid (motivatie, beroepsgeschiktheid en eventuele voorgeschiedenis) en bestaat uit twee delen:


  • • een muziektheoretisch deel, dat wordt afgelegd bij en beoordeeld door een commissie van docenten uit muziektheoretische vakken;
    • een muziekpraktisch deel, afgelegd bij en beoordeeld door een docent in het primair instrument, een docent zang en een hoofdvakdocent.

In het muziektheoretische deel van het toelatingsonderzoek worden je muziektheoretische kennis en vaardigheden onderzocht. Aan de orde komen: toonhoogte besef, melodisch begrip, harmonisch gevoel, metrisch/ritmisch gevoel, muzikaal geheugen, creatief vermogen en kennis. Een indicatie van de specifieke eisen voor dit onderdeel is elders in deze tekst opgenomen.

In het muziekpraktische deel wordt je muziekpraktische vaardigheid onderzocht. De commissie gaat ervan uit dat je één instrument als primair instrument kiest. Dit is in het algemeen het instrument waarop je al geruime tijd les hebt gehad en waarop je muzikaliteit het best tot zijn recht komt. Dat kan een akkoordinstrument, een melodie-instrument, een percussie-instrument, drums of zang zijn. Bespeel je meerdere instrumenten, dan wordt tevens het spelen op elk ander instrument aanbevolen.

Eisen primair instrument

  • • het spelen van een door jou samengesteld programma;
    • à vue spelen van een door de commissie aan te wijzen compositie;
    • zo mogelijk het spelen van een eigen compositie of improvisatie in een door jou gewenste stijl;
    • indien het een akkoordinstrument betreft: het harmoniseren van een gegeven melodie, evenals het spelen van een akkoordenschema of het begeleiden van een lied;
    • indien zang als primair instrument is gekozen: het zingen van een Nederlands stuk, een song uit een musical en drie stukken naar keuze, zo gevarieerd mogelijk;
    • een indicatie van specifieke eisen van het betreffende primaire instrument is elders in deze tekst opgenomen.

Eisen zang (alle kandidaten)

  • • Voor alle studenten is zang in de opleiding een verplicht bijvak. Tijdens het toelatingsonderzoek gaat het er in eerste instantie om dat de commissie stemsoort, ontwikkelingsmogelijkheden en niveau kan bepalen. Je wordt gevraagd om vijf stukken naar eigen keuze te zingen, al dan niet met begeleiding (bijvoorbeeld popsong, musicalsong, lied uit het klassieke repertoire, lichte muziek, standaard, koorstuk etcetera).
    • Op basis van de oordelen van de commissies van het muziektheoretische en het muziekpraktische deel wordt besloten om je wel of niet toelaatbaar te verklaren.

Specifieke eisen muziektheoretisch deel
Onderzocht wordt:
• muzikale stand van zaken van het innerlijk gehoor;
• kennis van intervallen, akkoorden, toonladders etcetera;
• herkennen, benoemen en zingen van intervallen, akkoorden en toonladders;
• flexibiliteit, durf en improvisatorisch vermogen.

Ter voorbereiding wordt aanbevolen:
• partijen schrijven van bestaande muziek (eventueel met een instrument als hulpmiddel);
• akkoorden en begeleidingen maken bij bijvoorbeeld kinderliedjes en volksliedjes;
• kinderliedjes en volksliedjes op gehoor spelen en opschrijven;
• grondtoon in een akkoord herkennen en zingen;
• improviseren en componeren van muziek en meerstemmige stukken;
• arrangeren van bestaande muziek.


Download hier de specifieke eisen primair instrument (pdf bestand).