specialisatie danser
De eerste twee studiejaren van de Bacheloropleiding Dans noemen we de basistraining. Deze training is gericht op het verwerven van de noodzakelijke danstechnische vaardigheden.
Download de studiegids 2009-2010 van de Rotterdamse Dansacademie (pdf bestand).
De nadruk in het tweejarige basisprogramma ligt op training in ballet, moderne dans, jazzdans (jazz en trends), improvisatie en compositie. Ook kun je aparte coachingslessen volgen. In de basistraining wordt een begin gemaakt met het instuderen van repertoire van (gast)choreografen.
Het programma besteedt specifieke aandacht aan het welzijn van de danser in de vakken fysieke aspecten van het beroep, conditietraining en Pilatestechniek. Verder krijg je dansgeschiedenis, drama en algemene muzikale vorming.
Door verschillende activiteiten naast de lessen kun je je oriënteren op het beroep en het werkveld. In workshops leer je vaardigheden die van pas komen in je latere carrière, zoals het overdragen van dans op anderen. Je krijgt begeleiding van een mentor. Een deel van de studiepunten moet je behalen met individuele studieactiviteiten, zoals ballet of Pilates. Informatie daarover wordt gegeven door je mentor tijdens de intrainweken.
Tijdens de propedeusefase worden je studieresultaten na ieder semester getoetst. Daarbij staan aanleg, geschiktheid, inzet en vorderingen centraal. Je wordt tijdens het eerste studiejaar schriftelijk geadviseerd over het al dan niet voortzetten van je studie. Dit advies is bindend. De afsluiting van het eerste jaar vindt plaats door een propedeutisch examen, dat tegelijkertijd dient als toelatingsexamen voor de postpropedeutische fase en adviseert over je latere specialisatie. Als je dit examen met goed gevolg hebt afgelegd, ontvang je een getuigschrift (de zogenoemde propedeuseverklaring) dat toegang geeft tot de postpropedeutische fase van de betreffende opleiding.
Het studieprogramma van het eerste en het tweede jaar van de basistraining van de Bacheloropleiding Dans kent een vast programma waarvan de studiebelastingsuren worden uitgedrukt in ECTS studiepunten. Het totale programma van de propedeutische fase telt 60 ECTS studiepunten. De eerste beoordeling van de studievordering vindt plaats voor de kerstvakantie. Op basis van deze beoordeling krijg je een studieadvies over de mogelijkheid om de propedeuse met succes af te ronden. Aan het eind van het jaar volgt een bindend studieadvies.
In jaar 3 en 4 van de Bacheloropleiding Dans specialiseer je je tot danser in de moderne danstechnieken. Het studieprogramma bevat een dagelijkse les ballet en moderne dans. Naast de eigen docenten werk je veel met gastdocenten uit de beroepspraktijk. Jaarlijks nodigen we voor zowel ballet als moderne dans en improvisatie gasten uit.
Onderdeel van het studieprogramma is ook het verkrijgen van inzicht in het leren werken met improvisatie en compositie. Dit stimuleert de ontwikkeling van je eigen creativiteit en persoonlijkheid als uitvoerend danser. In het tweede jaar maak je met een aantal medestudenten eigen werk, waarvoor je de totale verantwoordelijkheid hebt: concept, marketing en de uitvoering in het theater of daarbuiten.
Tijdens je studie doe je podiumervaring op in door de Rotterdamse Dansacademie geproduceerde voorstellingen en tijdens stages bij dansgezelschappen in binnen- en buitenland. Tot de praktische voorbereidingen op de beroepsuitoefening behoren ook de activiteiten voor beroeps- en werkveldoriëntatie en open lessen en trainingen bij professionele dansgezelschappen. Van onder anderen de volgende choreografen is recentelijk nieuw of bestaand werk ingestudeerd en uitgevoerd: Phillip Adams, Regina van Berkel, Mauro Bigonzetti, Anouk van Dijk, Nacho Duato, Sascha Engel, Itzik Galili, André Gingras, Martha Graham, Jennifer Hanna, William Forsythe, Neil Ieremia, Dietmar Janeck, Vaclav Kunes, Jirí Kylián, Leine en Roebana, Nanine Linning, Dylan Newcombe, Annabelle Lopez Ochoa, Angelin Preljocaj, Michele Pogliani, Amy Raymond, Cathy Sharp, Stephen Shropshire, Ton Simons, Thom Stuart, Ed Wubbe, Georg Reischl, Jack Gallagher en Neel Verdoorn.
Je wordt beoordeeld naar inzet en vorderingen op het gebied van de danstechnische vakken, je podiumpresentatie, je motivatie en je theoretische kennis. De mentor voor het vierde jaar is tevens stagebegeleider. Het lesprogramma inclusief repetities is verspreid over zes dagen per week (maandag t/m zaterdag).
In het vierde jaar kun je stage lopen bij een professioneel dansgezelschap. Als je stage gaat lopen of een aanvullende studie in het buitenland volgt, moet je aan de eindeisen van de theorievakken hebben voldaan. Het stageplan van de Bacheloropleiding Dans bevat een volledige beschrijving van de gang van zaken. Wie het eindexamen met goed gevolg heeft afgelegd, krijgt het officieel door de rijksoverheid erkende getuigschrift Bachelor of Dance.
Contractonderwijs / Certificaatprogramma
Voor getalenteerde studenten bestaat de mogelijkheid om op contractbasis een jaar te studeren in het vierde studiejaar van de Bacheloropleiding Dans. In tegenstelling tot de reguliere studenten hoef je niet te voldoen aan alle eisen die gesteld worden aan het getuigschrift voor een bacheloropleiding. Je bent dan ook ingeschreven als een contractstudent en ontvangt na een jaar meetrainen een certificaat van deelname. Toelating is alleen mogelijk na auditie. Je danstechnisch niveau dient te liggen op het niveau van het derde jaar van de Bacheloropleiding Dans. Als contractstudent heb je geen recht op financiële ondersteuning van de rijksoverheid in de vorm van studiefinanciering. Voor het contractonderwijs geldt een apart tarief voor inschrijving.
Tot slot
- Na afronding van de opleiding ontvangt de student de titel Bachelor of Dance (BDa)
- Klik hier voor het OER
- De voertaal is Engels
- Codarts hanteert de gedragscode internationale student in het hoger onderwijs
- Studenten volgen de opleiding Dans 34798
- De opleiding is geaccrediteerd op 01-01-2008 (www.nvao.net)
