
‘Ben ik nog wel op reis?’
Coach, reiziger, organisatiedeskundige en bewegingsspecialist Frank Heckman is de komende vier jaar lector Sustainable Performance bij Codarts, Hogeschool voor de Kunsten. ‘Wat ik doe is eigenlijk emotionele intelligentie voor podiumkunstenaars.’
‘Uit onderzoek blijkt dat een bovengemiddelde uitdaging en toereikende vaardigheden de beste ervaring opleveren. Als de uitdaging te groot is, ontstaat er spanning, angst. Ligt de lat te laag, dan is er verveling. In beide gevallen is er geen groei of ontwikkeling.’ Frank Heckman, kersvers lector Sustainable Performance, vindt dat de ideale match gezocht moet worden. Dan ontstaat er volgens hem flow, een fenomeen dat hij in Nederland introduceerde.
Heckman (Den Haag, 1950) is expert op het gebied van leiderschap, prestatie en leerprocessen. Als sociaal architect en mysticus die in de randgebieden tussen spiritualiteit en bedrijfsleven werkt, paste hij het begrip flow inmiddels toe op Olympische sporters, het bedrijfsleven, een Noord-Amerikaanse Indianenstam en probleemjongeren in de getto’s van Chicago. Nu komt hij de ‘psychologie van de optimale ervaring’ delen met de studenten en staf van Codarts.
‘Flow is het aangeboren vermogen om volledig op te gaan in een activiteit,’ legt Heckman uit. ‘Er is een verhoogd aandachtsveld en daarna een grote voldoening. Het is op alle gebieden toe te passen. Als je werknemers in een flow krijgt, worden ze gezonder en gelukkiger. En worden winst en kwaliteit bijproducten. Maar ook lastige jongeren in Chicago’s West Side zijn er bij gebaat. Die energie, die ondernemerslust, die stoutheid; daar kun je wat mee doen.’
Bij Codarts zal Heckman het begrip spelen centraal stellen. ‘Ik wil dat muzikanten hier op school doen wat ze liefst doen. Spelen. En dat ze zich altijd herinneren waarom ze het ook al weer deden. Ik geloof dat flow de natuurlijke staat is. Het zit al in je. De vraag is: waarom zit je er niet vaker in? Er zijn talloze beperkingen die we onszelf opleggen: invloeden van buiten, mentale blokkades. Jongeren hebben een vrije ruimte nodig waarin ze zichzelf kunnen zijn.’
Daarmee gaat hij de komende vier jaar aan de slag. ‘Je moet je er bewust van worden. In het intellect zitten alle verdedigingsmechanismen. Haal het uit het intellect en breng het naar een gevoelsniveau. Wat ik doe is eigenlijk emotionele intelligentie voor podiumkunstenaars.’ Hij vergelijkt het proces naar de staat van flow met een reis. ‘Inclusief landschap, reisgenoten en koers. En niet onbelangrijk: weerstanden. Ik zeg altijd: daar waar je struikelt, ligt de schat begraven. Hoe ga je met weerstanden om? Als performer heb je een bepaald ego nodig om op dat podium te kunnen staan, maar je moet tevens kwetsbaar en vrij zijn om te kunnen groeien.’
Heckman zou graag zien dat Codarts nog meer een plek werd waar studenten elkaar beïnvloeden en van elkaar leren. ‘Er zijn hier mensen van zo veel verschillende nationaliteiten, uit zo veel verschillende muziek- en dansculturen. Toch zijn er vierdejaars muziekstudenten die nog nooit op de achtste verdieping zijn geweest, bij de Rotterdamse Dansacademie. Die uitwisseling begint gelukkig op gang te komen.’
Hij legt niet voor niets de klemtoon op de dansacademie. Sinds Heckman jaren geleden het dansnotatiesysteem Laban leerde kennen, raakte hij geïnteresseerd in het duiden van beweging. Ook in de sportwereld was hij al nieuwsgierig naar die ‘dans’. ‘Ik kijk naar hoe atleten bewegen. De kern van de beweging is voor mij een dans. Ik observeer in hoeverre die dans authentiek is. Als je je authentieke zelf bent, zit je het dichtst bij je beweegsignatuur. Als je zorgvuldig omgaat met die signatuur, is dat de beste garantie voor duurzame ontwikkeling van je talent.’
Iemand kan steeds verder afraken van zijn ‘dans’ door invloeden van buiten, of door zelf opgelegde blokkades. ‘Coaches, ouders, iedereen wil iets maken van dat talent van een kind. Vaak verliest iemand daardoor juist zijn eigen authenticiteit.’ Bewegingskunst ziet Heckman als een diepere taal om mensen te bereiken en te zorgen dat ze mee op reis gaan. Vraag jezelf continu af: ben ik nog wel op reis? En: bestaat het avontuur in mijn leven nog?’
‘Als ik hier over vier jaar weg ga, wil ik dat muziek en dans een ecosysteem zijn geworden, en niet geïsoleerd en gescheiden in de kamers zitten. De school zal in de context van de wereld prestaties moeten leveren. Dat is waar ik op afgerekend wil worden. Dat dit een bruisend centrum wordt en studenten en docenten reizigers worden en bagage ontwikkelen om zich te blijven verbeteren.’ Hij glimlacht veelbetekenend: ‘Dat ze aan het eind van de rit geen rijbewijs krijgen, maar een reisbewijs.’